Recensie van “Asaray” in de Amersfoortse Courant (?), datum onbekend

Oud-ambassadeur brengt nomadenprins tot leven

Hij sliep in nomadententen, reisde met de Transsiberië-express over de Aziatische steppe, werkte op de ambassades van Peking en Moskou en trok dikwijls door het Verre Oosten. Oud-diplomaat Carl Barkman (78) was eind jaren ’40 in China toen de communistische leider Mao Tse-tung zijn oorlog voerde tegen de nationalisten. Hij maakte in de jaren ’70 in Griekenland het kolonelsregime mee. En stak met de Russische dictator Stalin in 1950 een rokertje op. In de zestien jaar na zijn pensionering zette hij een aantal van zijn buitenlandse ervaringen op papier. Hij schreef een biografie over zijn collega Robert van Gulik en een roman over de slechtheid van Mao Tse-tung. Kort geleden verscheen zijn roman Asaray. Nomade tussen Rusland en China. Het is zijn tweede roman over de Torgoeten, een nomadenvolk dat in Rusland en in China leeft. Daarmee heeft hij een speurtocht van tientallen jaren in archieven over de hele wereld afgesloten.

Tijdens een vergadering van de Opperste Sovjet in 1950 zag Carl Barkman vanuit de diplomatenloge hoe Stalin onrustig op zijn stoel heen en weer zat te schuiven, om even later de zaal te verlaten. Barkman sloop achter aan hem om te ontdekken dat de Sovjetleider op de gang aan een pijp stond te lurken. De vergaderzaal was namelijk rookvrij en daar had zelfs ‘Ruslands meest beruchte dictator zich aan te houden. Solidair stak Barkman een sigaret op, daarmee de nieuwsgierigheid van de Sovjetleider wekkend. “Wie is die man?”, fluisterde Stalin tegen een medewerker. Barkman antwoordde dat hij van de Nederlandse ambassade was, waarna Stalin hem een minzaam knikje gaf en zowaar even glimlachte.

Zeistenaar Barkman kan mooie anekdotes vertellen over zijn 35jarige diplomatieke loopbaan. Maar hij is niet van plan zijn memoires te schrijven. “Ik heb spannende tijden beleefd, maar ik denk niet dat ik goede memoires zou schrijven. Dat zou zo’n gezellig boekje worden met anekdotes en mijn leven daar doorheen gevlochten. Dat lokt me niet.”

Hij praat dan ook liever over zijn laatste boek dat wèl zijn levenswerk mag heten, omdat het zo’n 50 jaar door zijn hoofd heeft gespeeld. Hierin vertelt Barkman over de Torgoetenprins Asaray die zijn geliefde steppen, zijn kuddes en zijn meisje in de steek moet laten om als gijzelaar jarenlang in het achttiende-eeuwse Petersburg te verblijven. Asaray en zijn Torgoetenvolk maken de nodige ontberingen mee voor zij hun vredige nomadenbestaan hebben veilig gesteld.

De Torgoeten houden Barkman al tientallen jarenlang bezig. Oorsprónkelijk leefden ze in Centraal-Azië, maar iri de achttiende eeuw, toen het uitbreidende Rusland van Catharina de Grote hen steeds meer in de verdrukking bracht, woonden ze al weer anderhalve eeuw in het Wolga-gebied. Op de vlucht voor de kozakken keerden ze terug naar hun oorspronkelijke leefgebied om te worden overgeleverd aan het eveneens expanderende Chinese keizerr!jk.

“Ze waren_een speelbal tussen twee wereldrijken. Omdat ik zeer geïnteresseerd ben in zowel Russische als Chinese geschiedenis was . ik meteen geboeid. Toen ik van een Torgoetenprinses het verhaal hoorde over Asaray en zijn ballingschap ontstond het idee voor een roman. Er bleek weinig over deze prins bekend te zijn dus kon ik zelf bedenken hoe het Petersburg van de achttie’nde eeuw er door de ogen van deze Mongool zou hebben uitgezien.”

Het nomadenbestaan laat Barkman positief afsteken tegen het Russische stadsleven waar mensen hun dagen in ledigheid doorbrengen met feesten, drinken en gokken. Nee, dan het èenvoudige en pure bestaan op de steppe, één met de natuur. Misschien heeft hij de Torgoeten wel een beetje geïdealiseerd, meent Barkman. Maar, zo verklaart hij, dat past ook heel goed in de achttiende-eeuwse verheerlijking van de ‘primitieve’ volkeren.

Om van de nobele Asaray geen heilige te maken, laat Barkman hem flink meedoen aan Russische braspartijen, om hem natuurlijk net op tijd tot inzicht te laten komen. Twee vrouwen worden min of meer door hem verkracht maar doen dan gewillig mee. “Asaray had natuurlijk toch dat wilde nomadenbloed en je moet bedenken dat ze Oosterse vrouwen waren, geen Nederlandse. Dat is een groot verschil.” Het goede einde voor Barkmans Torgoeten kan hij historisch aantonen. Asarays liefdesgeluk heeft hij zelf bedacht: “Ik ben romantisch en waarom moet er altijd maar ellende zijn.”

Merriemelk

Barkmans fascinatie voor China en Rusland begon met een studie Chinees in Leiden. “Een buurman vertelde me over iemand die chinees studeerde. Bij een oude professor ontdekte ik kasten vol geheimzinnige Chinese literatuur die nog allemaal onvertaald bleek. Toen was ik verkocht.”

Als bijvak deed hij Russisch bij professor Van Wijk die het oude Rusland tijdens intieme literatuursessies rondom de samovar tot leven wekte. Aan die ervaringen heeft Barkman bij het schrijven van zijn boek veel gehad. Als er iets na lezing blijft hangen, zijn dat de schitteringen van de rivier de Neva en het Petersburgse goud, de paleizen en de seizoenen, een beetje alsof je er als lezer zelf bij was.

Tijdens de oorlog studeerde Barkman op een laag pitje verder, omdat hij in de Ermelose bossen waar hij was ondergedoken zowaar zijn eveneens ondergedoken professor ontwaarde en een student Russisch. “Dat bedenkt die man, denken mensen als je dat in een boek zou schrijven.” Na de oorlog was er gebrek aan mensen die Chinees beheersten en vertrok hij naar Chungking in zijn eerste diplomatieke betrekking.

Daar kwam hij tijdens een tripje over de grens met Mongolië voor het eerst in contact met de Torgoeten, sliep hij in een tent en dronk hij de friszure merriemelk die hij zó beschrijft dat je er dolgraag een slokje van zou nemen. Sindsdien hebben de Torgoeten hem niet meer losgelaten. Spaarzame vrije tijd bracht hij door in stoffige archieven. In de Sovjet-Unie probeerde hij tevergeefs Torgoetenliteratuur in te zien. Stalin had het op Russisch grondgebied achtergebleven nomadenvolk juist laten deporteren en met de Torgoeten was ook hun geschiedenis uit de bibliotheek verdwenen.

In de Verenigde Staten had hij meer succes. Maar voor Asaray had hij niet alleen informatie over de Torgoeten nodig. Ook het achttiende-eeuwse Rusland en China wilde hij volgens de feiten neerzetten. Dus moest hij controleren of de kathedraal, waarin hij een paasdienst laat plaatsvinden, toen al bestond. En moest hij met eigen ogen gaan kijken welke tegeltjes de kachels van de Kadettenacademie sierden.

Zijn boek is eindelijk af, maar de Torgoeten laten Barkman nooit meer los, Enthousiast vertelt hij dat Torgoeten die in de Tweede Wereldoorlog in Duitse handen vielen, nu in de Verenigde Staten wonen. En dat ze nog steeds boeddhistisch zijn. Wat hij daar mee wil zeggen is duidelijk: de Torgoeten zijn niet zomaar een volk.

Mireille Beentjes