Londen

We waren met minister-president De Jong en minister Luns in Londen – het moet medio jaren zestig geweest zijn – voor besprekingen, die vooral betrekking zouden hebben op de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG. Wij waren er voorstander van, maar generaal De Gaulle had het Britse lidmaatschap steeds geblokkeerd.

Tijdens het gesprek op 10 Downing Street, dat de gehele voormiddag in beslag nam, was vrijwel het voltallige Britse kabinet onder leiding van Wilson aanwezig. Die avond gaf de Britse premier een diner voor ons op hetzelfde adres; na tafel mochten nog een aantal lieden erbij komen, politici, in Nederland geïnteresseerde ondernemers en anderen, waaronder de schrijfster Iris Murdoch.(verkocht zij speciaal goed in ons land?).

Voor we naar ons hotel teruggingen, vroeg de aardige brigadier-general, die de “government hospitality service” leidde, mij en mijn collega of wij niet nog even wilden afzakken en van het Londense nachtleven genieten op kosten van zijn dienst. Het was nog niet laat, dus waarom niet? Een taxi bracht ons naar de gerenommeerde nachtclub die hij had genoemd. Gevraagd naar een identiteitskaart, konden wij niets tonen, maar we waren in smoking en lieten de uitnodiging van 10 Downing Street zien. Daarop werden we met veel strijkages ontvangen, en met zijn tweeën aan een tafeltje gezet met een volle fles voortreffelijke whisky en goed zicht op het toneel.

De kwaliteit van de naaktdanseressen was geheel in overeenstemming met de faam van dit etablissement. Er was er vooral één die mij opviel, en dat was onze ober niet ontgaan. Na de voorstelling werd zij – laat ik haar Edith noemen – met een vriendin naar onze tafel gebracht. Zij hadden zich natuurlijk eerst, zij het schaars, aangekleed, zodat het mogelijk bleek een levendig gesprek met hen te voeren. Edith was een Hongaarse schone, die nog maar een jaar of twee in Engeland was. Ze dronken champagne en om een uur of drie, vier vroegen ze of ze een ontbijt konden krijgen. Ze genoten duidelijk van de gebakken eieren, spek en toast, die hun werden geserveerd op kosten van Her Britannic Majesty’s Government Hospitality Service. Ook de ober, die de situatie ongetwijfeld begreep, had er plezier in en bracht hun nog een extra hapje. Het werd tijd om op te stappen. Gevraagd waar we woonden, zei ik dat we in hotel Claridges logeerden. Die naam scheen haar te bevallen en ze vroeg, of ze mij de volgende middag daar zou kunnen opzoeken. Ik had toen genoeg whisky en champagne gedronken om niet botweg Nee te zeggen. Voorzover ik mij herinner, heb ik aarzelend zoiets als “You might” of “Perhaps”gezegd.

De volgende ochtend waren er besprekingen op het Foreign Office over bilaterale kwesties. Die middag dicteerde ik op de ambassade het verslag van de vergaderingen om het in code te laten uitseinen. Het meisje uit de nachtclub was ik uiteraard helemaal vergeten; ik had de “afspraak”ook niet serieus genomen. Terug in het hotel om mij te verkleden voor nog een officieel diner, kreeg ik van de portier een briefje, waarin Edith haar spijt uitdrukte dat ze mij niet had aangetroffen.

Het deed mij opeens denken aan het bezoek van die luchtvaartdelegatie, ik meen uit Sri Lanka, aan Nederland. De KLM had ervoor gezorgd dat een van hun mensen de heren meenam naar een nachtclub in de Lange Houtstraat, vlakbij Buitenlandse Zaken, toen nog aan het Plein gelegen. De Aziatische gasten kregen een fraaie, erotische show te zien, en toen het laat was geworden, nam de KLM-gastheer afscheid van hen, daarbij vermeldend dat zij, indien zij de avond met de meisjes voort wilden zetten, zich geheel als gast van de KLM moesten blijven beschouwen. Daar hebben de heren echter geen gebruik van gemaakt, zodat de KLM een rekening van de dames gepresenteerd kreeg voor een fors bedrag “wegens nachtverlet”. Zou Edith nog iets van de brigadier-general hebben ontvangen?